Tussen het motief en de motivatie

 

Motief: 1. toestand van opwinding die iemand aanzet tot handelen, syn. beweeggrond, beweegreden: uit welke motieven zou hij dat doen?; iets als motief opgeven, aangrijpen; er zijn geen duidelijke motieven voor de misdaad aan te wijzen 2. rationalisatie, rechtvaardiging of excuus als reden opgeven voor bep. gedrag 3. onderwerp dat in afzonderlijke kunstwerken telkens een specifieke uitwerking krijgt; onderwerp van een sprookje, volksverhaal of legende 4. vorm figuur die zich op regelmatige wijze herhaalt (bij vlakversiering, in de kristalbouw e.d.); – ook als tweede lid in samenst. als de volgende, waarin het eerste lid een een vorm, figuur noemt: acanthusmotief, bladmotief, bloemetjesmotief, bloemmotief, blokmotief, leliemotief, lotusmotief, marmermotief, netmotief, pauwenveermotief, ruitmotief, streepjesmotief, visblaasmotief, vlindermotief, wafelmotief; – ook als tweede lid in samenst. als de volgende, waarin het eerste lid een stof e.d. noemt waarin het motief zich herhaalt: damastmotief, marmermotief, paarlemoermotief, textielmotief  5.(muz.) het kleinste gedeelte van een muzikale zin.

Van Daele Groot Woordenboek der Nederlandse Taal ,
dertiende uitgave, 1999, door prof. dr. G. Geerts en drs.
C.A. den Boon

 

                                                                       

 

 

Motief 1

 

Bewogen worden.

Luisteren naar Al Galidi die eigen gedichten voorleest.

Hij  spreekt een gedicht uit in zn moedertaal.

Er komen tranen in je ogen.

Wat is het motief van je tranen? Je begrijpt geen letter. (als je daarna de vertaling in het Nederlands hoort, vind je het geen aangrijpend gedicht)

Misschien hoor je de tragiek klinken tussen het stuntelig gesproken Nederlands en de melancholisch melodieuze lijn van het Arabisch.

Heeft weemoed een reden of was ze van oudsher, nog voor je haar naam kon noemen als de toonaard waarin je leven geschreven is, de klank van je DNA patroon?

 

Motief 2

 

Je vind lolita een bijzonder mooi boek, niet omwille van de inhoud die om eerlijk te wezen toch een beetje vunzig is maar om zoiets als een melodieuze lijn.

Lolita mijn levenslicht, mijn lendevuur. Mijn zonde, mijn ziel. Lo-lie-ta: de tongpunt daalt drie treden het gehemelte af en tikt bij drie tegen de tanden. Lo. Lie. Ta.

Ze was Lo, gewoon Lo, als ze met haar n meter vijftig s ochtends met n sok aan stond. Ze was Lola in een lange broek. Ze was Dolly op school. Ze was Dolores als ze ergens haar naam onder zette. Maar in mijn armen was ze altijd Lolita.[1]

Deze eerste zinnen zingen een motief dat wegdeemstert, sporadisch aanzwelt om zich vrijwel onmiddellijk weer te verliezen in het deprimerende verhaal, terwijl het toch steeds hoorbaar aanwezig blijft als een onderhuids gemis om dan op de voorlaatste pagina opnieuw luid te klinken :

Ik stond vanaf mijn verheven helling te luisteren naar die muzikale trilling, naar die flitsen van afzonderlijke kreten met als achtergrond een soort stemmig gemurmel, en toen wist ik dat het hopeloos schrijnende niet was Lolitas afwezigheid aan mijn zijde, maar de afwezigheid van haar stem in die harmonie.[2]

Misschien is het deze vreemdsoortige begeleiding van perverse beweegredenen door een zuiver klinkend muzikaal motief dat ervoor zorgt dat het boek meer is dan een wansmakelijk relaas van een pedofiele relatie, maar dat er daarentegen  iets in voelbaar wordt van een tragiek van mensen die er niet voor gekozen hebben zichzelf te zijn, noch het leven te leven dat ze leven. Humbert Humbert is geen man die zelfbewust en soeverein elke conventie, iedere moraal minacht en trots de wet met de voeten treedt. Hij is een hond die buiten zijn wil om en eerloos kwijlt bij het zien van een kluif. Hij is de speelbal van een perverse lust naar meisjes op de rand van hun puberteit. Deze lust vormt het motief van zijn leven, de figuur die in een stompzinnige herhaling, zoals de zich herhalende print op het behangpapier,  zijn bestaan motiveert. (Het van een motiefje voorziet en er de meest innerlijke beweeggrond van uitmaakt.)

 

Motief 3:

 

Een vriend gaf me een kort krantenartikel over een moord. Hij wist dat het mij zou fascineren. Het wezen van fascinatie is dat iets wat vertrouwd is, je tegelijkertijd ontsnapt zonder dat je de vinger kan leggen op wat je nu precies ontsnapt omdat het daar in al zn evidentie kant en klaar voor je ligt en dan toch weer on(be)grijpbaar blijkt...

Het artikel verhaalt over een man die zonder dat het zijn bedoeling was zijn vriendin vermoordt. Toen ze dood was heeft hij haar ogen vol lijm gespoten en haar hoofd ingetapet. Het zijn deze nutteloze handelingen nadien – die enerzijds gewoon tot de reeks gepleegde feiten behoren (hij sloeg haar, duwde een prop in haar mond, bond haar vast, misbruikte haar, spoot haar ogen vol lijm en tapete haar hoof in) maar anderzijds compleet buiten de coherentie van het gebeurde vallen – die de fascinatie in gang zetten. Het marginale milieu, de sociale achterstand, de verziekte relatie, kaderen de moord in een begrijpelijke realiteit die wordt doorbroken door een bijna frivole daad van versiering. Toch lijkt het mij dat deze volstrekt redeloze daad de meest innerlijke beweegreden verraadt.

 

Motief 4

 

In de straat stond er voor een huis een pallet. Aanvankelijk dacht ik dat het daar om n of andere reden stond maar week na week bleef het staan, zonder dat er ooit iets mee gebeurde. Zo zonder motief te zijn, dat valt niet te verdragen. De dingen horen een reden te hebben. Ik besloot het pallet te motiveren, het van een gecompliceerd en fijnzinnig gevoel te voorzien dus naaide ik er kant omheen. Neen natuurlijk geen echt hand geklost kant. In deze emotioneel intelligente tijd van massaproductie wordt het gevoel aan de lopende meter gefabriceerd, dus kocht ik goedkoop industrieel kant met een hoog kitsch gehalte. Volgens Milan Kundera is de kitsch-behoefte van de kitsch-mens de behoefte zichzelf te bekijken in de spiegel van de verfraaiende leugen en zich erin te herkennen met ontroerende bevrediging.[3] Het is deze kitschgewaarwording in het eigen gevoel dat aan de basis ligt van mijn werk. Ik constateerde het weinig verheffende feit dat mijn diepste gevoelens perfect vertolkt werden in vele populaire liedjes.

 

Its  amazing what a boy can do

I cannot stop myself

Wish I didnt want you like I do

Want you and no one else

You took a poison arrow

And you aimed it at my heart

Its heavy and its bitter

And its tearing me apart

If only I could set you free

You worked your way inside of me.[4]

 

Het is een beetje moeilijk je zelf ernstig te nemen met al je emotionele delicatessen als je, je meest hartverscheurende snikken hoort uitgezongen worden in discotheekritmes. Misschien is een gevoel niet meer dan een cadans en eens het jou in zijn greep heeft, dans je willig of onwillig in het ritme mee. Buiten het feit dat dramatiek een pijnlijk genre is, is het tevens onmogelijk te concurreren met de grote literaire dramas. Figureren in een B-film kan er nog mee door, maar de hoofdpersoon zijn in een drama van belachelijk allooi is een onsmakelijke zaak.

Ik wilde objectief worden, de dingen achten en niet het gevoel. Mijn houding tegenover het gevoel en daarmee verbonden het begrip persoonlijkheid ( de persoonlijkheid als een samenhangende constitutie van gevoelens en gevoelsgeladen gedachten)  was er n van oorlog. Ik wilde de persoonlijkheid buiten spel zetten. In navolging van Rimbauds gedachte: Je est un autre wilde ik op een beeldende manier onderzoeken wie ik zou zijn als ik, ik niet was. Het werk van Allen Jones waarin hij in schilderijen en sculpturen de vrouw presenteert als een object shockeerde mij. Ik besloot om bij wijze van performance zelf de tafel van Allen Jones te worden (en deze dingwording in een oneindige reeks verder te zetten). Hiermee wilde ik enerzijds de uiterste consequentie van mijn zoektocht naar het buitenspel zetten van de persoonlijkheid in beeld brengen en anderzijds een beeld geven van een maatschappij die precies door aan feeling een zeer grote waarde toe te kennen het gevoel standaardiseert en commercialiseert.

In een volgende performance wilde ik het verlies van identiteit nog verder doorzetten  door ook de vorm aan het object te ontnemen en mezelf te presenteren als een massa zichzelf reproducerende materie.

Deze performances hielden de verleiding in om met mijn werk een richting in te slaan waarin ik de grenzen van het fysisch en psychisch uithoudingsvermogen ging aftasten. Het willen uitschakelen van de eigen gevoelens is vooral fysiek een tamelijk lastige zaak. Daarbij verliest men als object iedere mogelijkheid tot reactie. Sommige meevoelende mensen wilden mij zeer graag redden van de uitputtende taak een object te zijn door mij op een onbeholpen manier drinken aan te bieden, bemoedigende gesprekken te beginnen e.d. Ik wilde hen er graag op wijzen dat hun medelijden niet nodig was aangezien ik me mijn leed geheel en al vrijwillig aandeed. Een object praat echter niet. Ook werd het mij van langs om meer duidelijk dat ik door in de huid van een object te kruipen mijn subjectiviteit eerder benadrukte dan haar teniet te doen. Het moment dat de performance afgelopen was en ik opnieuw een persoon werd, was een dramatisch hoogtepunt. Ik hoorde nadien van mensen dat ze dat zeer mooi vonden omdat het zo aangrijpend was. Het is natuurlijk aangenaam als mensen aangesproken worden door je werk maar ik kon me niet van de verdenking ontdoen dat ik de makkelijk te bespelen snaar van het sentiment geraakt had. 

 

Wat ik veeleer wilde was een vraagteken plaatsen bij een maatschappij waarin het persoonlijke iets mercantiel geworden is. Onder het mom van persoonlijke ontwikkeling wordt het subject uitgeleverd aan de markt die onophoudelijk diensten en producten aanbiedt die de persoon moeten in staat stellen zichzelf te leren kennen, aanvaarden, uiten, vormgeven en dat op elk mogelijk vlak. Op de markt moet de clint tevreden zijn, dus moet hij er het goed zittende lichaam kunnen kopen, het positieve gevoel en de comfortabele spiritualiteit.

Ik zag deze mentaliteit weerspiegeld in plasticzakken en verpakkingen allerhande, die veel meer dan louter verpakking te zijn een heel scala van gevoelsgeladen waarden moeten uitdragen. Toch vervullen deze verpakkingen mij vaak met een bijna verliefde bewondering. Al weet ik natuurlijk dat ze aan de lopende band en in grote getale geproduceerd worden, ze zijn zo wonderbaarlijk precies en met zo grote verfijning gemaakt dat het bijna op tederheid lijkt. Van weeromstuit krijg ik een sentimenteel medelijden met deze objecten die altijd weggegooid worden, van geen enkele waarde zijn, zodat ik ze met mijn onhandige handen wil namaken om ze alle liefde en aandacht te geven die een goede ambachtsman aan zijn product schenkt.

 

Ik houd ervan het waardeloze in de tweede macht te verheffen. Niets maal niets is natuurlijk nog altijd niets. Toch gebeurt er iets in deze bewerking. Het waardeloze wordt er in zijn waarde bevestigd. 

 

 Motief 5

 

Vergeten waarover het ging. Wat was de motivatie?

De motivatie verloren zijn en enkel het motief overhouden. De zinloze herhaling van een patroon, de zinledige herhaling van een handeling.



[1] Nabokov Vladimir, Lolita, Amsterdam, De Bezige Bij 2000, p. 13

[2] idem, p. 364

[3] Kundera Milan, De kunst van de roman, Essay, Amsterdam, Ambo 2002, p. 129

[4] CD Madonna, Music, Amazing, Warner Bross Records, 2000